Ze zei steeds: “Het gaat wel”
Ze zei steeds: “Het gaat wel”
Soms hoor je in mijn werk een zin waarvan je voelt dat er veel meer achter zit.
“Het gaat wel.”
Ze zei het meerdere keren tijdens het gesprek. Aan de keukentafel. Tussen de kopjes koffie, een doos tissues en een mapje met papieren dat al klaar lag.
Haar moeder was overleden.
Niet onverwacht, maar toch ineens. Want ook als je weet dat iemand ziek is, komt het moment van overlijden vaak nog steeds als een schok. Je weet dat het kan gebeuren. Je weet misschien zelfs dat het dichtbij komt. Maar weten is iets anders dan er middenin staan.
De dochter zat rechtop aan tafel. Pen in haar hand. Lijstje voor zich. Ze had al van alles opgeschreven.
Welke kaart het moest worden.
Wie er gebeld moest worden.
Welke muziek haar moeder mooi vond.
Wat er op de kist mocht liggen.
Wie misschien iets zou willen zeggen tijdens het afscheid.
Ze wilde het goed doen.
Dat zei ze ook.
“Ik wil gewoon dat het goed is. Voor mijn moeder.”
En ergens snap ik dat heel goed. Als iemand overlijdt van wie je houdt, wil je nog één keer iets doen. Nog één keer zorgen. Nog één keer laten zien: u was belangrijk voor mij.
Maar terwijl we samen de keuzes doornamen, merkte ik ook iets anders. Bij elke beslissing keek ze niet alleen naar wat bij haar moeder paste, maar ook naar wat anderen ervan zouden vinden.
“Mijn broer zal dit misschien te sober vinden.”
“Mijn tante vindt vast dat er meer bloemen moeten komen.”
“Misschien is deze tekst op de kaart niet mooi genoeg.”
“Straks denken mensen dat we er te weinig aan hebben gedaan.”
En telkens, als ik vroeg hoe het met háár ging, kwam hetzelfde antwoord.
“Het gaat wel.”
Alleen haar gezicht zei iets anders.
Haar ogen waren moe. Haar schouders stonden gespannen. Ze was niet alleen bezig met het regelen van een uitvaart. Ze was bezig met het dragen van alles en iedereen.
Het verdriet van haar vader.
De meningen van familieleden.
De praktische keuzes.
De telefoontjes.
De planning.
De angst om iets te vergeten.
En misschien nog wel het meest: de druk om het perfect te doen.
Op een gegeven moment heb ik haar gevraagd:
“Voor wie probeer je het eigenlijk allemaal goed te doen?”
Ze keek even naar haar papier. Daarna naar het raam. En toen kwamen de tranen.
Niet hard. Niet dramatisch. Gewoon stil.
“Ik weet het niet,” zei ze. “Voor iedereen denk ik.”
Dat moment kom ik vaker tegen dan mensen misschien denken.
Nabestaanden willen het goed doen. Uit liefde. Uit loyaliteit. Soms ook uit schuldgevoel. Omdat ze denken dat een mooi afscheid bewijst hoeveel iemand voor hen betekende.
Maar een afscheid hoeft niet perfect te zijn om liefdevol te zijn.
Er mag iets vergeten worden.
Er mag twijfel zijn.
Er mag verschil van mening zijn.
Er mag een traan vallen tijdens het kiezen van de muziek.
Er mag zelfs een moment zijn waarop je zegt: “Ik weet het gewoon even niet.”
Dat maakt het afscheid niet minder mooi. Dat maakt het menselijk.
Samen hebben we die middag de keuzes kleiner gemaakt. Niet alles tegelijk. Eerst de kaart. Daarna de muziek. Daarna pas de rest.
En bij elke keuze stelde ik haar eigenlijk maar één vraag:
“Past dit bij je moeder?”
Niet: wat vindt de buurvrouw ervan?
Niet: wat verwacht de familie?
Niet: is dit zoals het hoort?
Maar: past dit bij haar?
Langzaam veranderde er iets. De schouders zakten wat. De pen werd minder stevig vastgehouden. Er kwam ruimte.
Uiteindelijk koos ze niet voor de meest uitgebreide kaart, maar voor een eenvoudige kaart met een warme foto. Niet voor een zee aan bloemen, maar voor één bloemstuk in de kleuren waar haar moeder van hield. Niet voor drie sprekers, maar voor één persoonlijk verhaal en een lied dat vaak thuis op stond.
Toen alles later klaar was, zei ze:
“Het is eigenlijk heel eenvoudig geworden.”
En daarna, iets zachter:
“Maar dit is wel mama.”
Dat is vaak precies waar het om gaat.
Een uitvaart hoeft niet groter, mooier of indrukwekkender te zijn dan iemand was. Het hoeft geen voorstelling te worden. Geen bewijsstuk. Geen optelsom van wat anderen verwachten.
Een afscheid mag gewoon kloppen.
Bij de persoon die is overleden.
Bij de familie die achterblijft.
Bij wat er op dat moment mogelijk is.
En soms begint dat met één eenvoudige erkenning:
Je hoeft het niet allemaal alleen te dragen.
Ook niet als je de oudste dochter bent.
Ook niet als iedereen naar jou kijkt.
Ook niet als jij degene bent die “altijd alles regelt”.
Want juist in de dagen na een overlijden is het belangrijk dat er iemand naast je staat. Iemand die overzicht brengt. Die vragen stelt. Die helpt kiezen. Die niet overneemt, maar wel meedraagt.
Zodat je niet alleen bezig bent met regelen, maar ook ruimte krijgt om dochter te zijn.
Om verdrietig te zijn.
Om even niet sterk te hoeven doen.
De verhalen in deze blog zijn niet één-op-één terug te leiden naar een specifieke familie of uitvaart. Namen, situaties en details zijn aangepast of samengevoegd. Maar de gevoelens en vragen zijn herkenbaar voor veel mensen.
Want in mijn werk zie ik het vaak: mensen die zeggen dat het wel gaat, terwijl ze eigenlijk heel veel dragen.
En misschien is het dan juist goed om te weten:
Het hoeft niet perfect.
Het hoeft niet allemaal tegelijk.
En het hoeft zeker niet alleen.
Freddy Onderstal
Register Uitvaartverzorger
Dit artikel delen op...











